De conservatieve cultuur van het onderwijs. Interview met Sofyan Mbarki

i 9 januari 2018 door

Op een mooie zomerse dag op het terras van een café in Amsterdam Nieuw-West waarschuwt Sofyan Mbaki tegen de conservatieve cultuur in het onderwijs. Zijn vrouw is die dag met hun twee jonge kinderen naar Sprookjeswonderland in Enkhuizen. Vanwege het zomerreces heeft hij alle tijd. Regelmatig begroet hij voorbijgangers en vraagt hoe het met hen gaat. Duimen worden bij wijze van groet opgestoken. Mbarki is lid van de Amsterdamse gemeenteraadsfractie van de PvdA. Hij was docent en teamleider op het Calvijn College, een vmbo-school. Sofyan is woordvoerder Jeugd, Veiligheid, Burgerschap en Diversiteit en is lid van de Raad van Advies van de Politieacademie en lid van de Onderwijsraad.

Wat is voor jou het belangrijkste als PvdA politicus?
Den Uyl had het over gelijke verdeling van kennis, macht en inkomen. Wat betreft hun inkomen zijn veel Amsterdammers erop vooruit gegaan, maar op het terrein van kennis en macht valt nog veel te winnen. Zeker in wijken als Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Leerlingen op vmbo- en mbo-scholen krijgen niet altijd de mogelijkheid om zich te ontwikkelen. De kwaliteit van de leraren hangt in die scholen vaak samen met de populatie van de leerlingen. Ik heb op scholen gewerkt waarvan ik dacht: ‘Wat gebeurt hier?’ De lesroosters klopten niet omdat docenten ontbraken en docenten die Nederlands gaven, hadden geen flauw idee waar zij moesten beginnen omdat er niet was nagedacht over een lesplan. In het mbo zijn jongerenwerkers, met zelf een mbo-diploma, in dienst gekomen om met moeilijke jongeren in school te werken. Vervolgens wordt van deze jongerenwerkers ook verwacht dat ze rekenles geven. Dat gaat echt niet altijd goed. Op deze manier krijgen de leerlingen geen eerlijke kans. Ook de Onderwijsinspectie heeft dat geconstateerd met hun jaarlijkse rapport over de Staat van het Onderwijs.

Wat kan de gemeentepolitiek daaraan doen?
We zijn in Amsterdam onder leiding van Asscher intensief bezig geweest met de kwaliteitsaanpak van het onderwijs. Van de 44 zwakke basisscholen zijn er nog maar een paar zwak. Iedereen had in die tijd een mening over die aanpak, maar we kunnen niet allemaal als de vakbond van de docenten optreden. We moeten ook opkomen voor de leerlingen. In het voortgezet onderwijs waren we net begonnen met de kwaliteitsaanpak toen er een nieuw College kwam. Dat nieuwe College koos een andere werkwijze en heeft lerarenbeurzen en dergelijke beschikbaar gesteld. Dat docenten van de gymnasia gebruiken maken van die beurs vind ik prachtig, maar wat doen we als politiek met docenten waarvan de kwaliteit te wensen overlaat en die zich niet willen bijscholen maar wel dagelijks met onze leerlingen in het onderwijs werken?

Je bent lid van de Onderwijsraad. Wat is jullie advies naar aanleiding van het rapport van de Onderwijsinspectie?
We vinden dat we over de interne cultuur van het onderwijs moeten spreken. Als docent kun je twintig jaar op een school werken waar je zwakkere collega’s op vergaderingen steeds het laatste woord hebben. Goede docenten ervaren dat als een last. Ik ken docenten die zich openlijk afvragen of ze willen werken met collega’s die hun vak uithollen. Ik hoor van hen dat zij het onderwijs beleven als conservatief, kwalitatief beneden peil en met een cultuur die niet uitdagend is. We moeten ervoor zorgen dat (beginnende) goede docenten hun bijdrage aan het onderwijs willen blijven geven.

Hoe kijk je aan tegen het verplichte burgerschapsonderwijs?
Met burgerschap in het onderwijs kunnen we pas aan de slag als we het waarden- en normenpatroon van leerkrachten op orde hebben. In docentenkamers wordt onderling niet veel gepraat over thema’s als homoseksualiteit of het dragen van een hoofddoek, er heerst een common sense over hoe je moet denken. Een afwijkende mening wordt niet altijd op prijs gesteld. Er zijn leraren die er zelf opvattingen op na houden die niet stroken met de burgerschapsdoelen die ze moeten onderwijzen. Zij gaan in de pauze bij elkaar zitten, terwijl ze in hun lessen samenwerking verwachten tussen verschillende groepen leerlingen.

Hoe kijk je aan tegen het dragen van een hoofddoek door politieagenten?
Bij de discussie over de hoofddoek gaat het niet over de scheiding tussen kerk en staat maar het gaat erom of we vrouwen met een hoofddoek erbij vinden horen. De scheiding tussen kerk en staat is geborgd in wetten. Ook een politieagente met hoofddoek mag alleen maar boetes uitdelen op basis van het wetboek van strafrecht. Zij dient zich te houden aan dezelfde wetten en richtlijnen. Het is tijd voor een debat over wat neutraliteit betekent in een stad als Amsterdam met 180 nationaliteiten. Stellen we neutraliteit in handelen of neutraliteit in uitingen centraal?

Je hebt meegewerkt aan het rapport over preventie van extremisme en de impact van polarisatie in opdracht van minister Bussemaker en staatssecretaris van Rijn. Wat viel je op?
Dat professionals vaak niet weten hoe ze moeten omgaan met jongeren die zeggen: ‘Ik ben moslim en dat is belangrijk voor mijn identiteit’. Ik zag veel handelingsverlegenheid bij professionals doordat radicalisering ook iets te maken heeft met religie. Wat me ook opviel was een gebrek aan samenwerking. Verschillende instanties weten niet goed wat ze van elkaar kunnen verwachten als het om de aanpak van deze groep gaat.

Waarom is het in Nederland minder problematisch dan in Brussel?
Ik denk dat onze sociale infrastructuur in de wijken helpt. Jongerenwerkers en wijkagenten spelen een potje voetbal met de bewoners en weten daardoor wie wie is. Er zijn netwerkoverleggen tussen de jongerenwerkers en de politie. De overheid is aanwezig in deze wijken en gaat het gesprek aan. Dat is in België volgens mij toch anders geregeld.

Hoe zie je je eigen toekomst en die van de PvdA?
Ik wil nog een periode door in de gemeentepolitiek. Ik vind dat we op een andere manier naar de stad moeten kijken. Nieuw-West, Noord en Zuidoost worden continu buiten de stad geplaatst. Een tijdje geleden was er zelfs een reclameposter om Amsterdam te promoten waarin Nieuw-West was weggelaten. Als we debatteren over drukte in de stad gaat het alleen over het centrum. Er wordt wél gesproken over hoe Zaandam betrokken kan worden bij de spreiding van toeristen, maar aan wijken buiten de ring wordt niet gedacht. Waarom organiseren we niet meer kunst en cultuur in deze delen van de stad? Kreuzberg in Berlijn is een mooi voorbeeld van een succesvolle arbeiderswijk die ook voor toeristen belangrijk is. Wanneer ik opnieuw wordt gekozen wil ik eraan bijdragen dat de PvdA weer een beweging wordt die alle Amsterdammers weet aan te spreken met onderwerpen die belangrijk zijn in het dagelijks leven.

Dit is een bijdrage van Evelien Polter.