NIET ALLEEN LIEFDE, OOK EEN KEUKENTAFEL

i 2 februari 2018 door

De Banningleergang gaat dit jaar over ‘Wij Burgers’: Wie we zijn, wat we doen en wie er mee mag doen als we ons aanduiden als ‘burger’. Tijdens een dag over burgerschapsonderwijs raadde een onderwijsinspecteur ons aan om het boek Mensen maken. Nieuw licht op opvoeding van filosoof Daan Roovers te lezen. Om meer te weten te komen over hoe het zit met de opvoeding interviewden we Daan Roovers.

Je heet Daan, hebben je ouders je zo genoemd?
Nee, ik heet eigenlijk Danielle, maar iedereen noemde me altijd Daan. Soms is mijn voornaam Daan een voordeel. Ik vermoed bijvoorbeeld dat ik soms meer bereik doordat veel mensen veronderstellen dat ik een man ben. Dat blijkt ook uit onderzoek: vrouwen met een mannennaam worden serieuzer genomen.

Waarom schrijf je als filosoof over opvoeding?
Het boekje is ontstaan doordat de uitgever mij vroeg om me over een oude tekst van Rousseau te buigen. Ik kende Rousseau vooral als een politiek denker. Hij is de filosoof van onder andere het sociaal contract. In het begin van zijn boek Emile, of Over de opvoeding schrijft hij dat je kinderen moet opvoeden tot mens. Rousseau was de eerste die vond dat kinderen niet lastiggevallen moeten worden met de eisen van het volwassen leven. Dat was nieuw halverwege de achttiende eeuw. Grote denkers als Kant, Plato en Hannah Arendt hebben ook geschreven over pedagogische ideeën. Het was vroeger een heel gangbaar filosofen-thema.

In het boek formuleer je het beeld van de ideale opvoeder. Deze opvoeder zorgt voor een ‘geleide vrijheid’. Wat bedoel je daarmee?
Vrijheid wordt vaak gezien als doen waar jezelf zin in hebt. Vrijheid is vooral: je niet met mij bemoeien. Geleide vrijheid betekent dat je kinderen wel laat maar toch contact houdt, dat een kind vrijheid ervaart maar dat je als opvoeder toch in de buurt bent. We zijn heel erg gewend om kinderen medeverantwoordelijk voor iets te maken. Voor het zelf doen slagen van hun pianolessen, voor naar welke middelbare school ze willen, voor gezond eten. Je legt als opvoeder de consequenties van hun keuze bij hen, terwijl ze deze lang niet altijd kunnen overzien. Een extreem voorbeeld daarvan is de zaak waar een jongen van twaalf kon beslissen of hij wel of geen chemokuur kreeg toegediend. Ik begreep die vader die daar een rechtszaak over begon.

Voor de PvdA is één van de belangrijke waarden Verheffing. Is dat hetzelfde als wat jij onder Bildung verstaat?
Verheffing kun je heel goed vertalen naar het filosofische begrip Bildung. Het gaat daarbij om je plaatsbepaling in de wereld, om je morele ontwikkeling. Oordeelsvorming hoort daarbij, kritisch denken en wereldoriëntatie, dat is waar dit ideaal om draait. Van oudsher was dit weggelegd voor de elite. Het werkvolk werkte aan de lopende band. Bildung wordt tegenwoordig gezien als iets wat iedereen moet ontwikkelen. Er is geen klasse meer waar het voldoende voor is om alleen maar bouten en schroeven aan te draaien en de andere klasse die al nadenkend over de hei kan wandelen. We zijn allemaal arbeider en beschouwer geworden en daar moet het onderwijs bij aansluiten. Om de wereld te bezien moet je die wereld wel kennen. Niet alleen de nieuwsitems van het (Jeugd)journaal, maar ook de traditie, cultuur en gemeenschap waar je deel van uitmaakt. Je hebt kennis nodig over de wereld waarin je leeft om je een duidelijke positie toe te eigenen en er een weg in te vinden. De filosoof Von Humboldt zei dat het bij Bildung niet ging om van de kinderen van schoenlappers schoenlappers te maken, maar om van kinderen mensen te maken. En met mensen bedoelde hij burgers.

We zagen bij binnenkomst je naambordje, waarop je je beroep vermeldt: Publieksfilosoof. Wat is dat een publieksfilosoof?
Het is filosofie toepasselijk maken voor mensen die geen filosofie hebben gestudeerd. Ik probeer de geschiedenis van de Wijsbegeerte effectief te maken, vruchtbaar te maken voor een grotere groep mensen. Er is behoefte aan bezinning, zingeving en inspiratie. Vragen over de samenhang van je werk, je persoonlijk leven en de politiek. Het zijn eigenlijk allemaal integriteitsvragen. Iedereen moet voor zichzelf oplossen hoe hij/zij daarmee omgaat. Iedereen zit opgezadeld met zijn eigen levensvragen na het wegvallen van religie en door de ontzuiling. De PvdA heeft minder zeggingskracht gekregen en biedt daardoor minder houvast voor oordeelsvorming. Voor het oplossen van levensvraagstukken is de filosofie één van de vele inspiratiebronnen. Filosofie biedt grotere verhalen en contexten waar iedereen zijn voordeel mee kan doen. We staan op de schouders van reuzen om de wereld iets beter te begrijpen.

In je boek noem je een paar keer het Jeugdjournaal. Hoe kijk je hier tegen aan?
Ik vind het Jeugdjournaal een goed programma, maar het effect van het Jeugdjournaal is dat kinderen zoveel van de wereld zien en weten dat van Rousseau’s idee, de kindertijd een beetje onbekommerd te laten, niet veel meer over is. Het nieuws op het Jeugdjournaal is niet milder dan het nieuws dat volwassenen te zien krijgen. Het nieuws blijft hetzelfde, er zijn evenveel doden. Mijn kinderen van 7 en 9 jaar weten al heel veel over IS, over aanslagen. Wanneer kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan valt de gemeenschappelijke nieuwsbron, die het Jeugdjournaal voor veel kinderen is, weg. Van de jongeren tussen 13 en 18 jaar volgt niemand het nieuws via de publieke omroep. Van die groep gelooft 40% het nieuws niet. Dat is een groot probleem, want dan kun je ze wel willen vertellen hoe de wereld in elkaar zit maar deze jongeren vertrouwen de leraar in de klas niet. Eén van mijn grote ambities voor de komende jaren is hoe je om kan gaan met het wantrouwen van jongeren ten opzichte van het nieuws en de gevestigde media. Wat mij betreft komt er een Jeugdjournaal voor jongeren van het voortgezet onderwijs, zodat er tenminste een gedeeld referentiekader ontstaat. Ik werk regelmatig voor de publieke omroep en ga het daar aan de orde stellen.

In je boek gebruik je de metafoor van de tafel. Wil je daar meer over vertellen?
Bij Hannah Arendt is het dé metafoor voor de publieke ruimte, de ruimte waar vreemden met elkaar kunnen omgaan. De tafel is een plek waar zaken ter sprake komen en verbanden worden gelegd. Daarmee komt de wereld tot stand. Niet alleen die van volwassenen, ook die van kinderen. Daar is een tafel heel nuttig bij, waar je niet bij elkaar op schoot zit, elkaar aankijkt, waar je dingen op tafel kunt leggen. Daar wordt met elkaar gesproken. Het is de verantwoordelijkheid van ouders om kinderen de mogelijkheid te geven zich op de wereld te oriënteren. Voor opvoeding is daarom niet alleen liefde voor je kinderen nodig maar ook een keukentafel.

Daan Roovers (1970) is filosoof en doceert publieksfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt als programmamaker voor omroep Human en als debatvoorzitter in de Rode Hoed. Eerder was ze hoofdredacteur bij Filosofie Magazine. Roovers studeerde geneeskunde en filosofie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Ze spreekt en schrijft over filosofie, politiek, media, opvoeding, onderwijs en feminisme en werkt aan een onderzoek over de ontwikkeling van de publieke opinie. Samen met René Gude schreef ze Kleine geschiedenis van de filosofie (2010). Onlangs verscheen haar essay Mensen maken. Nieuw licht op opvoeding (uitgeverij Ambo 2017).

Dit is een bijdrage van Evelien Polter.