Afscheidsinterview Ton van Brussel

i 30 april 2017 door

De eerste preek werd in de Rode Hoed gehouden in 1630 in wat toen Huys den Hoet heette. Deze remonstrantse kerk was een huis dat er wel mocht zijn, maar dat je niet vanaf de straat mocht zien. Het was een vrijplaats, een vrijzinnige kerk. De uitdrukking ‘vrijplaats aan de gracht’ is een verwijzing naar het verleden, maar ook naar wat de Rode Hoed nog steeds wil zijn: een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en vrij kunnen spreken, zonder taboes. In de Groenzaal, vernoemd naar de vorige directeur, interview ik scheidend directeur Ton van Brussel.


Welke plaats hebben religie en zingeving in de Rode Hoed?
Tijdens het directeurschap van Huub Oosterhuis waren religie, poëzie en zingeving de thema’s die in de Rode Hoed aan de orde kwamen. Onder het bewind van Anneke Groen is dat verschoven naar het breed maatschappelijk debat. Ik kwam in 2009 en religie en zingeving waren uit het programma verdwenen. Bij mijn start had ik een kennismakingsgesprek met Huub Oosterhuis, ik vertelde hem dat ik religie en zingeving terug wilde, toen hij de deur uitging zei hij: ‘Je bent te laat gekomen’. Een aantal maanden later kwam hij met de mededeling dat hij De Nieuwe Liefde ging oprichten, wat in zijn programmering leek op de vroegere Rode Hoed.

Hoe heb je het zingevingsvraagstuk aangepakt?
Ik ben begonnen met het organiseren van filosofieavonden samen met Daan Rovers, toen hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Vervolgens kreeg ik een verzoek van Forum C, een forum voor geloof, wetenschap en samenleving. We zijn samen bijeenkomsten gaan organiseren, bijvoorbeeld over rancune in januari 2012. Dat onderwerp ontstond naar aanleiding van de uitspraken van Wilders. We vroegen de Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging een inleiding te houden. Vanuit het geloof en vanuit de filosofie zijn we gaan kijken waar rancune uit voort komt. Dat zijn geen avonden om je gelijk te halen, maar om samen te stapelen. Je verkent samen een onderwerp dat actueel is.

Hoort de Rode Hoed bij het linkse bolwerk?
Preken voor eigen parochie, ik vind er niks aan. Ik ben altijd onafhankelijk journalist geweest. Ik heb mijn meningen maar ik vind het interessanter om mensen uit alle partijen in huis te hebben dan dat we na een avond naar huis gaan en denken jongens, jongens wat hebben toch weer gelijk. Daar vind ik niets aan. Dat was door mijn voorgangster al behoorlijk weg en daar heb ik de laatste restjes van opgeruimd. De Rode Hoed is geen actiecentrum. Ik wil geen spandoeken aan de deur. Iedereen moet hier kunnen komen. Als Rutte en Wilders hier komen, dan gaat bij wijze van spreken de vlag uit. Dat is het bewijs dat ook rechts hier kan komen. En dat zij dezelfde behandeling krijgen als links. De strijdcultuur past mij niet. Met Huub Oosterhuis heb ik een gesprek gehad toen hij terug kwam in de Rode Hoed met de Ekklesia en andere activiteiten. Ik heb tegen hem gezegd dat we er geen SP-bolwerk van gingen maken. Ik wil geen pamfletisme in de Rode Hoed.

Wat was je relatie met de Banningvereniging?
Toen Naomi Woltring in 2013 werd aangesteld als ambtelijk secretaris zijn we gaan samenwerken. Zij is hier één dag in de week komen werken waardoor er een nauwere samenwerking ontstond en voor haar opvolger Maarten van den Bos geldt hetzelfde. In het nieuwe statuut van de Rode Hoed blijft de Banningvereniging genoemd als inspiratiebron, maar met de verkoop van het pand is de relatie met Vrijburg gestopt.

Heb je affiniteit met de remonstrantse kerk?
Ik ben een man op leeftijd die uiteindelijk toch tot het geloof is gekomen. Ik ben sinds twee jaar doopsgezind. Het overviel mij, ik was er helemaal niet naar op zoek. Toen ik mijn geloof terug vond en weer naar de kerk wilde gaan dacht ik: laat ik naar de kerk van mijn moeder gaan. Ik woonde daar een dienst bij en ik voelde me meteen op mijn gemak. Ik ben nog wel in wat andere kerken gaan kijken maar toch bij de doopsgezinden uitgekomen. Vorig jaar heb ik daar belijdenis gedaan. Doopsgezinden en remonstranten horen beiden bij de vrijzinnig protestantse kerk.

Was er een aanleiding voor het feit dat je je geloof terug vond?
Een paar jaar geleden schreef ik een inleiding bij een boekje van twee theologen die met de argumentatietheorie het bewijs wilden leveren dat God bestond. Mijn inleiding eindigde ermee dat ik het geloof zelf terug gevonden had. In de loop van mijn leven ben ik nooit atheïst geweest, heb ik altijd een abonnement op Trouw gehad en ben ik de geloofspraktijk altijd met grote belangstelling blijven volgen. Blijkbaar zat het altijd al in me.

Wat vond je het leukste om te doen?
We zijn bezig met een avond ter herdenking van Wim Brands van VPRO Boeken. Wim was een oud-collega van me bij de krant. We hebben elkaar heel lang gekend, vanaf mijn eenentwintigste. Hij heeft hier veel avonden gemodereerd. De mooiste avonden vind ik eigenlijk dat soort avonden. De herdenkingsavond voor René Gude en een jaar later een avond voor Hans van Mierlo. Dat zijn avonden waarop je een monument opricht voor degene die je herdenkt. Waar je zijn leven voorbij laat komen en de betekenis van dat leven duidt. Tijdens die avonden wordt er gelezen, muziek gemaakt en poëzie voorgedragen. Dat is een mooie mix van goede dingen. We hebben vijf verkiezingsavonden gehad. Eén daarvan was het COC verkiezingsdebat waar we voor de tweede keer een roze akkoord, een regenboogakkoord, hebben afgesloten. Voor dit soort dingen bestaan we, dáár zijn we voor opgericht. Dan heb je het over tegenstellingen overbruggen en er samen uit komen. Ik ben van de tijd dat homoseksualiteit nog heel ingewikkeld was. We lopen in Nederland echt voorop met het borgen van alle rechten en vrijheden voor iedereen. Ja, dan ben ik trots dat het in de Rode Hoed gebeurt. Daar doe ik het voor. We hebben hier zo’n leuke groep mensen werken. Nooit ruzie, als er dingen mis gaan dan lossen we het op. Echt, het is een soort familie. Het werken hier past me als een oude jas. We werken met 18 mensen en tijdelijke krachten voor de horeca.

Wat vond je lastig?
Ik heb nog nooit zoveel wakker gelegen van mijn werk als in deze baan doordat er steeds zorgen waren rond financiering en beveiliging. Laatst tijdens het RTL debat liep hier 50 man beveiliging in rond en lag er een politieboot voor het gebouw. Dan ben ik echt niet bang. Het gaat juist om avonden waar een paar gekken in de zaal zitten. Als ik de salarissen in een maand bijna niet kon betalen, dan heb ik echt wel eens geen beveiliging ingehuurd. Dan belde ik de buurtregisseur en vroeg hem of hij een extra oogje in het zeil wilde houden. De Amsterdamse politie is echt geweldig, daar heb ik heel goed mee gewerkt. Na de aanslag op Charlie Hebdo op 7 januari 2015 hadden wij op de zondag daarna de eerste columnisten- en cartoonistenmarathon van de Volkskrant. Toen heb ik echt wakker gelegen met de angst dat er die dag iets zou gebeuren.

Amerborgh heeft sinds kort de Rode Hoed en drie andere podia in Amsterdam in bezit. De Rode Hoed, Felix Meritis, De Nieuwe Liefde en het Compagnietheater zijn vier ‘huizen’ met elk een eigen identiteit en oorsprong. Alex Mulder is de filantroop die deze huizen subsidieert. Wil je iets meer over hem vertellen?
Alex Mulder is een Nederlandse ondernemer en oprichter van uitzendbureau USG People. Hij is geïnteresseerd in politiek, kunst en religie. Hij is gereformeerd opgevoed, maar niet meer kerks. Hij is met Huub Oosterhuis in aanraking gekomen die hij financieel is gaan steunen. Toen de Rode Hoed financieel aan de grond zat ben ik via Oosterhuis in contact gekomen met Mulder. Door de overname door Amerborgh komt er voor de vier locaties een programma afdeling met vier medewerkers, plus drie vaste freelancers. Er zijn al afdelingen voor personeelszaken en financiën. Binnen het gebouw wordt achterstallig onderhoud gepleegd. We hebben bijvoorbeeld afgelopen jaar een nieuwe geluidstafel kunnen kopen, vroeger kochten we dan ergens een tweedehandsje. Nu hebben we het nieuwste van het nieuwste. Voor de techniekmedewerkers is dat heerlijk.

Je bent altijd veel aanwezig geweest in de Rode Hoed en nauw betrokken bij de vele activiteiten. Ga je dat missen?
Dit is een relatief klein bedrijfje, met een ideële doelstelling. Een horecabedrijf met inhoud. Overdag ben ik aan het regelen en ‘s avonds tijdens de bijeenkomsten ben ik aanwezig. Ik maak programma’s waar ikzelf naar toe zou willen. Bezoekers en mede programmamakers die ik nog ken van toen ik werkte bij de Volkskrant, Elsevier en de omroep kom ik hier tegen, dat is ontzettend gezellig en vertrouwd. Maar ik heb nu wel heel erg behoefte aan rust. Niet meer de verantwoordelijkheid voor alle medewerkers, niet meer altijd vriendelijk zijn voor de gasten. Op verzoek van Huub Oosterhuis blijf ik twee dagen per week zijn zakelijk leider voor zijn activiteiten. Mijn vrouw is al met pensioen en ik ben jaloers op het feit dat ze haar eigen tijd kan indelen. Ik heb een kleindochter van 6 maanden en daar ga ik lekker op passen. Op 29 mei neem ik afscheid, tot 1 januari 2018 zeg ik op alles nee.

Dit is een bijdrage van Evelien Polter.