Banningblog #22: De politiek weet niet wat ze niet weet

Wie politiek volgt, ziet veel debat. Over stikstof, asielopvang, koopkracht, woningbouw. Politici werken hard, dossiers zijn dik, vergaderingen lang. Het lijkt alsof alle soorten onderwerpen de agenda wel passeren. Toch heeft de politiek een blinde vlek voor gezondheid.

Ik werk bij ZonMw, de organisatie die gezondheidsonderzoek in Nederland financiert en programmeert, en zit in het bestuur van de Groene Zorg Alliantie, een netwerk van veertigduizend zorgprofessionals die zich inzetten voor een duurzamer zorgsysteem. Vanuit die rollen volg ik de politiek: de campagnes, de programma’s, de debatten. Zo heb ik ook de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen uitgebreid gevolgd in verschillende gemeenten. Wat me opviel: zorg en gezondheid waren structureel onderbelichte thema’s. Terwijl juist gemeenten en provincies beslissen over de leefomgeving, de inrichting van de openbare ruimte, het armoedebeleid, de verkeersveiligheid. Over alles wat de gezondheid van inwoners dagelijks raakt.

Raadsleden en Statenleden doen hun werk grotendeels als nevenfunctie, ’s avonds na een gewone werkdag. Ze buigen zich over woningbouw, financiën, infrastructuur en participatie, met beperkte tijd en beperkte inhoudelijke ondersteuning. Een artsenbaan, waar zestig uur per week eerder regel dan uitzondering is, laat zich daar nauwelijks mee combineren. Maar het is niet alleen een kwestie van tijd. Zorgverleners zien zichzelf vaak helemaal niet als politieke actor. Ze zijn opgeleid om te behandelen, niet om te lobbyen. De spreekkamer is hun domein, de raadszaal voelt als een andere wereld. En zelfs als iemand wil meedoen, is het niet altijd duidelijk hoe. De drempel voelt hoog en de weg is onbekend.

Het gevolg is dat medische expertise zelden aan tafel zit. En dat heeft consequenties. Een debat over luchtkwaliteit wordt een economisch debat, zonder dat iemand de longfunctie van omwonenden bespreekt. Een discussie over verkeersinrichting gaat over doorstroming, niet over traumatisch letsel. Een besluit over een speelplaats is een ruimtelijke puzzel, niet een vraagstuk over beweging, ontwikkeling en mentale gezondheid bij kinderen. De kennis om die verbinding te maken is er. Ze zit bij de huisarts, de longarts, de kinderarts, de fysiotherapeut. Maar ze bereikt de raadszaal niet vanzelf.

Toch gebeurt het soms. Een longarts die inspreekt bij een commissievergadering over luchtkwaliteit. Een huisarts die een brief stuurt aan het college, of een raadslid belt met een casus uit de praktijk. Kleine interventies, maar ze veranderen het debat. Want zodra iemand vertelt wat een beleidskeuze betekent in de spreekkamer, wordt het abstracte concreet.

Ik ben ervan overtuigd dat dit niet alleen voor de zorg geldt. Een leraar die elke maandag ziet welke kinderen het weekend zonder warme maaltijd doorkwamen, weet iets over armoedebeleid wat geen beleidsnotitie vatten kan. Een sociaal werker kent de gezinnen die tussen alle loketten vallen. Maar ook zij melden zich beperkt bij de commissievergadering. Het patroon is hetzelfde.

De sociaaldemocratie heeft altijd geloofd dat goede samenlevingen worden gebouwd door mensen die zich organiseren, verbinden en verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt ook voor kennis. Een rechtvaardige politiek vraagt niet alleen om goede intenties, maar om de juiste informatie op het juiste moment. Die informatie zit in mensen om ons heen, in professionals die dagelijks zien wat beleid doet met mensen. Als wij hen niet actief opzoeken, missen we wat zij weten. En dan weten wij niet wat we niet weten.

Daar ligt een taak voor ons. Niet door te wachten tot ze zichzelf melden, want dat doen ze niet. De huisarts met tien minuten per patiënt en een wachtkamer vol mensen denkt zelden: vanavond schrijf ik een ingezonden brief aan de gemeenteraad.

Een progressieve beweging is een beweging die zoveel mogelijk invalshoeken aan tafel zet. Vraag iemand in je omgeving eens wat ze zien in hun praktijk, hun lab, hun klas. En zeg dan: wist je dat je dit kunt inbrengen? Dat een commissievergadering gewoon openbaar is? Dat een raadslid vaak al blij is met een telefoontje van iemand die weet waar ze het over heeft?

Neem iemand een keer mee. Letterlijk. Help je lokale huisarts de weg naar de raadszaal te vinden.

Joep Eijkenduijn