Banningblog #24 Tussen wal en schip

De afgelopen periode was op zijn zachtst gezegd bijzonder. Mijn huisgenoot was een week op vakantie, ik had een kamer over, en ik heb een dakloze jongen van 18 in huis genomen.

Hij komt uit de jeugdzorg, heeft een verslavingsprobleem gehad en heeft veel te veel meegemaakt. Hij loopt rond met een oude ziel die gehavend is door het leven, op een veel te jonge leeftijd. Tegelijkertijd is hij een van de intelligentste jongens die ik ooit heb ontmoet. Hij is een wandelende encyclopedie als het om dino-feitjes gaat, en een creatief talent dat op elk Britney Spears-nummer een gechoreografeerde dans kan improviseren. Hij werkt in de horeca, is daar goed in en is daar trots op. Met betere kansen en andere omstandigheden had deze jongen de wereld aan zijn voeten gehad.

Nu valt hij tussen wal en schip. Te oud voor jeugdzorg, te stabiel voor opvang en te trots om hulp te vragen.

Het is schrijnend hoe dat werkt. Zolang je minderjarig bent, is er een systeem dat, met al zijn gebreken, verantwoordelijkheid voor je draagt. Op je achttiende verjaardag verandert dat ineens. Van de ene op de andere dag word je geacht zelf een huis te vinden, je geld te beheren, je zorg te regelen en je formulieren in te vullen. Leeftijdsgenoten die thuis wonen, hebben ouders om op terug te vallen als het misgaat. Jongeren zoals hij hebben dat niet. Juist zij moeten het plotseling helemaal alleen redden, terwijl ze het minst hebben meegekregen.

Natuurlijk was het niet makkelijk om hem in huis te nemen. Zijn ritme was precies het spiegelbeeld van het mijne: als ik om 7:00 opsta, gaat hij als bartender naar bed. Hij heeft een oude ziel, maar nog niet de vaardigheden om goed voor zichzelf te zorgen, en met geld is hij totaal niet handig. Daardoor was ik die dagen tegelijk een vriend, een grote broer, een vertrouwenspersoon en een invalouder. Dat was verwarrend voor hem en vermoeiend voor mij.

Je stelt grenzen en gunt hem tegelijk een zekere vrijheid. Je zet harde deadlines neer, terwijl je hem niet op straat wilt zetten. Je geeft geld voor eten, terwijl je weet dat het naar andere bestemmingen gaat. Daarbij droeg hij een flinke lading bagage met zich mee, met worstelingen die niet in een week op te lossen zijn. Dat vraagt dat je blijft navigeren en de grenzen van je eigen empathie opzoekt. Ook moet je scherp blijven op je eigen behoeftes, om er naast een drukke baan en je eigen verantwoordelijkheden niet aan onderdoor te gaan.

Toen hij zijn sleutel inleverde, voelde ik een flinke lading gemengde emoties. Ik ben opgelucht dat de rust in huis was wedergekeerd, en voel mentale rust nu ik niet langer een extra oog op mijn waardevolle spullen hoef te houden. Tegelijk maak ik me grote zorgen over waar hij morgen gaat slapen. Ik ben trots op hem, omdat hij wel degelijk stappen gaat zetten. En ik ben dankbaar voor mijn eigen toch hele goede situatie, en dat ik hem een klein beetje stabiliteit kon bieden. Dat is een luxe. Niet iedereen kan zomaar een extra kind in huis halen. Toch kun je maar zoveel doen voor je medemens, en uiteindelijk moet iedereen op eigen benen leren staan. Maar hoe kunnen we dat van onze jeugd verwachten als de uitgangssituatie zo oneerlijk is?

Ik houd aan deze ervaring vooral een zure nasmaak over ons maatschappelijk vangnet. Hoeveel jongeren zoals hij vallen net buiten de boot? Hoeveel lopen er onzichtbaar over straat en duiken nergens in onze systemen op? Hoeveel proberen alles “zelf” te regelen zonder dat iemand ze daar ooit de handvatten voor heeft gegeven?

Dit is geen kritiek op de geweldige professionals die zich dag in dag uit inzetten, in de jeugdzorg of in centra voor dak- en thuislozen. Maar de situatie blijft schrijnend en ik baal dat we geen beter vangnet hebben ingericht.

Ik schrijf dit om mijn ervaring van me af te schrijven, en om te laten zien dat het geen licht besluit is om een vreemde een week in huis te nemen. Maar ik hoop er ook mee te inspireren. Want hoe zwaar het ook was, gaf het ook heel erg veel voldoening. Ik kijk terug op danssessies in de woonkamer, op felle discussies over de vraag of vliegende dino’s eigenlijk wel dino’s zijn, en op meezingen met musicals op tv. Het was niet makkelijk, maar ik heb er wel een broertje bij.

Het ga je goed, man. Je staat er niet alleen voor.

Joep Eijkenduijn