Banningblog #23: Opnieuw abortus in discussie

Er wordt weer een poging ondernomen om abortus los te maken van het strafrecht. Die poging wordt ondernomen vanuit PRO. Ingegeven door een opinieonderzoek dat zou aantonen dat 80 % van de Nederlandse bevolking daarvoor is, zal worden geprobeerd ook een parlementaire meerderheid daarvoor te vinden. Bij zulke cijfers bij een opinieonderzoek heb ik altijd wel de vraag wat er nu precies gevraagd is, maar dat terzijde.

Tekst: Jos Aarnoudse

Wat zit daar nu achter? Nou ja, de associatie dat er bij een abortus, die wordt opgewekt, iets gebeurt dat strafbaar zou kunnen zijn, is onaangenaam. We willen van die context van criminalisering af. Zolang die zweem van het strafrecht eromheen blijft hangen, roept het vervelende barrières op die de vrije keuze van een ongewenst zwangere vrouw in de weg zouden zitten. Het kan voor sommigen al een pittige beslissing zijn. De associatie met het strafrecht versterkt bij de nodige vrouwen schaamte, stigma en trauma. En dat moet ophouden. Het adagium is dan dat abortus ‘gewone medische zorg’ is.

Waar bemoei je je mee?

Voor ik verder ga, wil ik eerst wat van mijn papieren laten zien. Want waar bemoei je je mee als al wat oudere man, en dan ook nog christen? Welnu, al vroeg in mijn professionele leven ben ik betrokken geraakt bij ‘de strijd om abortus’. De discussie werd op het scherp van de snede gevoerd over de vraag of je wel als christen-bestuurder kon meegaan met een ziekenhuisbeleid dat feitelijk vooruit liep op de latere abortuswetgeving.

Later heb ik alles bij elkaar zo’n 15 jaar gewerkt als geestelijk verzorger in het huis van bewaring voor mannen tot 23 jaar en bij een GGZ-instelling waar ik onder andere therapeutische gespreksgroepen leidde van over het algemeen jonge vrouwen (twintigers) met een zogenaamde persoonlijkheidsstoornis als diagnose. Daaruit zijn zowel bij de jonge mannen, als bij de jonge vrouwen, veelal met een ingewikkelde levensgeschiedenissen, de nodige gesprekken voortgekomen over abortussituaties (‘wat moeten we doen’, ‘wat hebben we gedaan’). Daaruit doe je wel op dat zogenaamde ‘keuzevrijheid’ veel ingewikkelder is dan het in theorie lijkt. En dat geldt niet alleen bij ‘meiden’ en ‘jongens’ uit de bajes en de GGZ. Ook uit contacten met beter gesitueerde, zelfbewuste en progressieve vrouwen en mannen is mij wel gebleken, dat voor velen een mogelijke abortussituatie ingewikkelder is dan het lijkt. Daarbij realiseer ik me dat het natuurlijk wel de mensen zijn die ergens mee zitten, die contact zoeken met een geestelijk verzorger of een andere hulpverlener en mijn beeld daardoor is bepaald. Maar toch.

Tenslotte ben ik de grootvader van onze oudste kleindochter, die graag het levenslicht wilde zien, maar nog veel te jong was om geboren te worden, namelijk 20 weken. Het kon tot zo’n 22 weken gerekt worden, maar toen was het op. En wat dan? Er waren wel dokters in het academische ziekenhus in het genabuurde land waar het zich afspeelde, die er een uitdaging in zagen om er aan te gaan knutselen. Maar hoe zagen haar ouders dat? Moet je het Leven dan misschien ook respecteren en zijn gang laten gaan, ook als het betekent dat jouw dochter kennelijk voorbestemd is om dit leven niet te halen? Ik was er bij toen zij levend ter wereld was gekomen, en ook toen zij enkele uren daarna was overleden. Het is dan eigenlijk best bizar je te realiseren dat – ik zeg het toch maar zo – ongeboren (gezonde) kinderen van die leeftijd ook geaborteerd worden. Het was een periode en een gebeurtenis die veel indruk hebben gemaakt.

Altijd voorstander geweest van abortusliberalisering

Laat ik zeggen, dat ik vanaf het begin voor de liberalisering van abortus ben geweest tot 24 weken, en dat nog ben, mits uitgevoerd door bekwame medici die daartoe bereid zijn, maar dus tot een bepaalde grens. Tot die grens bepaalt de zwangere vrouw de afweging. Zij is niemand verantwoording schuldig. Als zij om welke reden dan ook de zwangerschap niet kan of wil laten voortduren, is dat haar recht. Haar vrouwenrecht. Er dienen voldoende faciliteiten van medische abortuszorg voor haar te bestaan. Dat is dus zoals het in Nederland feitelijk is geregeld.

Dat ik daar voor kon en kan zijn, komt niet doordat ik maar een beperkte eerbied voor leven zou hebben. Maar het komt doordat ik de beschermwaardigheid van (menselijk) leven niet als absoluut beschouw vanaf de conceptie, zoals de leer van bijvoorbeeld de Rooms-katholieke Kerk stelt. Voor mij is er sprake van een groeiende beschermwaardigheid die oploopt met de beginnende ontwikkeling van de vrucht.

Gecompliceerde grenssituatie

Niemand in een beschaafd land is voor het recht van wie dan ook om een geboren kind zomaar te doden. Ook als een gezond lijkend kind spontaan enige tijd te vroeg geboren wordt, zal niemand de ouders het recht willen toekennen het maar dood te laten gaan. Maar hoe vroeger in de zwangerschap dit gebeurt, hoe ingewikkelder het wordt. Wanneer is er sprake van een vroeggeboorte (levensvatbaar) en wanneer is er feitelijk sprake van een miskraam (niet-levensvatbaar). Hier ligt voor iedereen een gecompliceerde grenssituatie.

Als we voluit levensvatbare, spontaan te vroeg geboren, kinderen absoluut beschermwaardig vinden, ligt het niet voor de hand om abortus provocatus toe te staan met de dood ten doel of ten gevolg van een even levensvatbaar kind, tenzij om zeer gewichtige redenen (zoals de bescherming van het leven van de moeder, of als er termen zijn die een vorm van prenatale euthanasie rechtvaardigen). Je kunt dan niet meer spreken van het recht van een vrouw, baas in eigen buik, als daarmee bedoeld zou zijn: zolang een kind met de navelstreng aan mij verbonden is en onderdeel van mijn lichaam uitmaakt, heb ik het soevereine recht om te beslissen over dood of leven.

Levensvatbaar en 24 weken

Blijven we zitten met de grenssituatie. Waar moet die liggen? In de huidige wet is de grens gesteld op levensvatbaarheid buiten de baarmoeder. Het is vervolgens het ministerie van VWS dat dit nader preciseerde op 24 weken. Maar hier is geen sprake van zwart of wit, aan of uit. Medisch-technische ontwikkelingen staan niet stil. Er zijn landen waar men ook bij 22 weken pogingen onderneemt om een (gewenst) kind dat geboren werd in leven te houden. En wat is überhaupt levensvatbaarheid, als ook bij de 24 weekse kinderen na verloop van tijd toch maar de helft overleeft en daarvan ook nog eens de helft ernstige en minder-ernstige gebreken vertoont. Hier speelt levensbeschouwing een grote rol. Moeten we alles willen, wat eventueel kan. Tegen welke prijs?

De formulering ‘levensvatbaarheid’ die indertijd gesteld werd op 24 weken was de manier om een politieke meerderheid te krijgen voor de huidige abortuswetgeving. Het is echter tijd om die ambigue formulering los te laten, als die afhankelijk wordt van medische high-tech. Die heeft op een gegeven moment immers niets meer met het echte leven te maken. Stel je eens het niet eens zo onvoorstelbare voor, dat er op een zeker moment vanaf de conceptie ‘levensvatbaar’ menselijk leven buiten baarmoeders gekweekt kan worden. Dan is 24 weken als grens die nu al tijden zijn werk heeft gedaan een goede grens. Het is onontkoombaar om ergens een grens te bepalen waarna niet meer de autonomie van de zwangere vrouw alleen bepalend is. Dan zal er een duidelijk onderscheid moeten blijven tussen abortus voor die grens en abortus na die grens. Ik kan mij voorstellen, dat de abortus voor die grens verder losgemaakt wordt van het strafrecht, maar niet ten aanzien van abortus na die grens.

Het blijft uitzonderlijk

En dan nog: ook abortus voor de grens is niet zomaar ‘normaal medisch handelen’ in mijn beleving. Natuurlijk wel in de zin, dat de abortuszorg gewoon ook medisch handelen is dat aan alle zorg- en kwaliteitseisen die we aan medisch handelen willen stellen voldoet. Maar niet in de zin, dat het gewoon een willekeurige behandeling is. Een stuk weefsel verwijderen omdat het jouw leven bedreigt, is mijns inziens toch altijd nog wat anders dan een vrucht of een ongeboren kind verwijderen, hoezeer dat ook jouw leven op welke manier dan ook bedreigen kan. Geen arts of verpleegkundige zal dan ook zich verplicht moeten voelen om aan dit ‘normaal medisch handelen’ mee te werken. Het blijft uitzonderlijk en is niet bedoeld als gewone vorm van anticonceptie, maar als noodmaatregel, die te tolereren is op basis van de eigen afweging van de vrouw die het betreft.