Ongelijkheid in Nederland: empirisch

i 16 oktober 2015 door 'tags: ,

Banningleergang met Mérove Gijsberts

Tijdens de eerste bijeenkomst van de Banningenleergang op 8 oktober 2015, sprak dr. Mérove Gijsberts over de empirische positie van Nederland in het ongelijkheidsdebat. Zij maakte haar analyse op basis van het Sociaal en Cultureel Rapport 2014, welke de titel Verschil in Nederland draagt.

Waar Thomas Piketty met zijn werk Kapitaal in de 21ste eeuw voor een zekere intensivering van het ongelijkheidsdebat in Nederland heeft gezorgd, hebben we deze avond kunnen zien dat economische ongelijkheid, het onderwerp van zijn boek, slechts een klein deel is van wat ongelijkheid nu eigenlijk omvat. Maar waarin kúnnen mensen nu eigenlijk verschillen?

Vier kapitaalvormen
Om ‘verschil’, en daarmee ‘ongelijkheid’ in zijn vele kleuren te begrijpen, lichtte dr. Mérove Gijsberts aan de hand van het Sociaal Cultureel Rapport vier vormen van kapitaal toe, waarin zo’n verschil kan optreden.

  • Allereerst is er persoonskapitaal – Dit omvat het kapitaal dat betrekking heeft op het ‘lichaamseigene’. Persoonskapitaal bestaat uit het mentaal kapitaal, fysiek kapitaal, en esthetisch kapitaal.
  • Ten tweede is er economisch kapitaal – Het economisch kapitaal wordt gemeten aan de hand van het gerealiseerde onderwijsniveau en de beroepsvaardigheden, omdat deze vooraf gaan aan economische kapitaalverschillen in de toekomst.
  • Ten derde is er cultureel kapitaal – hieronder valt bijvoorbeeld kennis van talen, culturele smaken en voorkeuren, maar ook symbolische waarderingen als ‘titels’ en ‘eretekenen’.
  • Als laatste is er sociaal kapitaal – een voorbeeld hiervan is een paraat netwerk van emotionele steun in moeilijke tijden, maar ook het hebben van een netwerk in de instrumentele zin van het woord; connecties met invloedrijke mensen is hier een voorbeeld van.

Zes groepen
De lezing werd vervolgd met het uitsplitsen van de Nederlandse samenleving in groepen. Deze groepen scoorden respectievelijk hoger of lager op de genoemde varianten van kapitaal. Deze groepen zijn:

  • ‘De Gevestigde bovenlaag’
  • ‘De Jongere kansrijke’
  • ‘De Werkende middengroep‘
  • ‘De Confortabel gepensioneerden’
  • ‘De Onzekere werkenden’
  • ‘Het Precariaat’

De vraag is nu, wat kún je met de kennis over hoe de vormen van kapitaal over deze groepen verdeeld zijn?

Sociale cohesie en politieke onvrede
Het nut van deze analyse zit hem in hoeverre sociale cohesieproblemen en politieke onvrede tussen verschillende segmenten in de bevolking voorkomen. Voorbeelden van sociale cohesieproblemen zijn bijvoorbeeld het gepercipieerde verschil tussen allochtoon en autochtoon, of tussen ‘elite’ en bevolking.

Uit het onderzoek blijkt dat in de groepen ‘Onzekere werkenden’, en ‘Precariaat’ sociale cohesieproblemen en politieke onvrede het meest voorkomen. Een nevenconclusie van het rapport is dat de rol van het persoonskapitaal veel groter is dan gedacht. Persoonskapitaal zou een doorslaggevende rol kunnen spelen in het carrièrepad van mensen, en kan zo doorwerken in hun verdere maatschappelijke positie.

Na de heldere uiteenzetting van deze empirische puzzel, werden er kleine werkgroepen gemaakt om samen te denken over de verschillen die zich in de samenleving bevinden, waarmee we de avond gezamenlijk afsloten. Hierbij dankten wij Mérove voor haar functie als ‘guide and narrator’ door het Sociaal en Cultureel Rapport 2014 en de empirische kant van ‘verschil’ in Nederland.

Patrick Hoop

Dit is een bijdrage van Banning Vereniging.