Column: Democratie

i 10 maart 2017 door

 

Vandaag staan wij in een gebouw waarin historische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Wij staan in een gebouw waar gisteren zelfs een lijsttrekkersdebat heeft plaatsgevonden. Het is daarom voor mij een eer om hier mijn column voor te dragen.

Een column over een belangrijk onderwerp, namelijk de democratie. Wat is dat? Democratie. Geloven mensen nog in de democratie? Hoe gaan wij nu, en in de toekomst met elkaar om?

Mijn vader
Om antwoord te geven op die vragen begin ik met een persoonlijk verhaal, een verhaal over mijn vader. Mijn vader, geboren in Marokko, is dat land in 1984 ontvlucht nadat hij met zijn studentenbond aan de wieg van de massale studentenprotesten in dat jaar stond. Het gebruik maken van essentiële democratische grondrechten, zoals het recht om te demonstreren, werd letterlijk enSaami Akrouh figuurlijk met de dood bedreigd. Het was voor hem de reden hierheen te vluchten en hier een toekomst op te bouwen. Zijn toekomst, waar ik in 1991 een onderdeel van ben geworden.

Het was toen, en nu, dat vele mensen in onze wijken en buurten zich niet gehoord of vertegenwoordigd voelden. Het was mijn vader die dat probeerde te veranderen door het welzijnswerk daar eigenhandig op te bouwen. Bruggen slaan, noemde hij dat altijd.

Vandaag de dag is mijn vader cynisch geworden over de politiek. Ook hij is onderdeel geworden van die cynische massa. Ook hij smacht naar een politiek die oplossingen biedt voor zijn problemen. Na meer dan 20 jaar bij het Centraal Orgaan Asielzoekers te hebben gewerkt, mag hij nu als vijftigplusser aansluiten bij het UWV. Werkeloos, met een gekrenkt gevoel van eigenwaarde. En hij is niet de enige.

Dat gevoel, van eigenwaarde, van trots, zijn velen in Nederland kwijt. Het is dat gevoel waar de politiek gehoor aan moet geven. Het is dat gevoel dat onze democratie onder druk doet staan. Een oplossing daarvoor heb ik ook niet. Het enige wat ik u kan vertellen is dat ik u begrijp. Dat ik niet alleen met u meeleef, meevoel, maar vooral meedenk. Help mij en de politiek daarbij. Dan kunnen we samen de strijd aan tegen onrechtvaardigheid, tegen egoïsme en tegen het recht van de sterksten.

Prachtig land
Want laten we eerlijk zijn. Ons land is prachtig. Het biedt kansen voor iedereen. Het is het land waar u, zonder opgepakt te worden, alles mag zeggen, schrijven, denken en organiseren. Het is ons land waar de rest van de wereld vol bewondering naar ons kijkt.

Ja, de democratie staat onder druk. Niet alleen in Nederland, maar over de gehele wereld. In Syrië staat bijna geen huis meer overeind, omdat mensen vechten voor de democratie. In Libië heerst nu chaos en onvrede, omdat mensen vochten voor de democratie. De Arabische lente is omgeslagen in een Arabische herfst. En dat allemaal omdat mensen smachten naar democratie.

Tegelijkertijd is het niet alleen ellende in het Oosten, maar is het eveneens een drama in het Westen. In de Verenigde Staten heerst chaos en onvrede, omdat de meerderheid van de Amerikanen hadden gestemd op Clinton maar nu zitten met president Trump. Minderheden worden bedreigd en voelen zich niet gehoord. Het geeft maar eens weer dat geen enkel democratisch systeem perfect is.

Kijkend naar ons eigen land staan wij voor enorme problemen. We sluiten elkaar steeds meer uit, vertrouwen elkaar niet en beperken ons blikveld tot aan de voordeur van onze eigen woning. Groepen leven steeds meer langs elkaar heen. Toch zoeken mensen naar positiviteit en samenwerking, maar dat is niet een twee drie geregeld. In Nederland verwachten mensen steeds sneller resultaten, antwoorden en inspraak. De politiek kan die snelle verwachtingen in de praktijk vaak nauwelijks bijbenen.

Wat is democratie?
Dat brengt mij weer terug naar de vraag die ik aan het begin van mijn column stelde. Wat is democratie? Het antwoordt is simpel: wij zijn de democratie. Wij geven invulling aan de democratie; wij leven in een democratie; wij ademen democratie. De democratie is niet statisch, maar altijd in ontwikkeling. Wij dragen met zijn allen de verantwoordelijkheid om daar invulling aan te geven. Dat betekent dat wij met verkiezingen richting blijven geven aan de invulling van onze toekomst. Dat wij invulling blijven geven aan wat wij verwachten van de politiek en van volksvertegenwoordigers. Dat wij teleurstelling en cynisme omzetten in hoop en optimisme. Dat wij afrekenen met volksvertegenwoordigers die niet presteren in plaats van elkaar af te rekenen voor de fouten van een ander.

I have a dream
De afgelopen tijd denk ik vaak aan de ‘I have a dream’ speech van Martin Luther King. De speech stamt uit 1963, maar is anno 2017 actueler dan ooit. In deze speech ligt namelijk de oplossing van onze problemen verborgen. Wie goed naar deze speech luistert beseft dat de hoop naar verandering bij onszelf ligt. Wij geven invulling aan onze democratie. Wij maken onze democratie zo sterk of zwak als wij zelf willen. Martin Luther King bewijst ons dat dromen werkelijkheid kunnen worden, mits verandering van onszelf komt. En weet u wat mijn droom is? Dat mijn vader niet meer cynisch in het leven staat.

Ik dank u wel.

Saami Akrouh is bestuurslid van de Banning Vereniging, lid van de Gemeenteraad van Hilversum en kandidaat-Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Hij sprak deze column uit bij de Banning Conferentie geloven in democratie op 27 februari.

Leergang op locatie: Omgaan met verschil in Nederland.

i 23 februari 2017 door

Elk jaar organiseert de Banning Vereniging de Banningleergang, een serie van vier bijeenkomsten rond een thema. In 2016 was het thema ‘Over de kloof’. De leergang ging over verschil en verbinding. Over de ‘kloven’ die we in onze samenleving waarnemen – verschillen naar achtergrond en opleiding – en mogelijke oplossingen. De leergang vond plaat in Utrecht.

Op 8 april organiseren we, samen met de afdelingen Leeuwarden, Groningen, Assen en het Netwerk PvdA en Levensovertuiging een leergang op locatie. Een dag waarop we onder leiding van Janny Vlietstra in gesprek gaan over de diepte van het maatschappelijk verschil en de mogelijkheden dat te overbruggen. Samen met Wim de Jong (Radboud Universiteit Nijmegen), Bram Eidhof (Instituut voor Publieke Waarden) en Marinka Mulder (docent maatschappijleer en politica) praten we over onderwijs en burgerschap. Herman Noordegraaf (Protestantse Theologische Universiteit) en Maarten van den Bos (Banning Vereniging) praten ons bij over de geschiedenis én actualiteit van de omgang binnen en buiten de PvdA met religieus verschil in Nederland. De afsluiting is in handen van Erik Borgman, theoloog en hoogleraar in Tilburg.

U kunt zich opgeven via onderstaand formulier. Voor vragen kunt u contact opnemen met Janneke Orth (info@bureauwerkelijk.nl/ 06-38020801 of Maarten van den Bos (mvandenbos@banningvereniging.nl/06-24204751). Voor deelname dag vragen wij een bescheiden bijdrage van 15 euro voor de lunch. Een uitgebreid programma met een korte introductie per spreker wordt u een week voorafgaand aan de bijeenkomst per e-mail toegestuurd. In dat bericht zullen wij ook aangeven hoe de bijdrage voor de lunch betaald kan worden.

Waarom geven we de leerlingen de schuld? Interview met Inge de Wolf

i 17 februari 2017 door

In Nederland gingen we er vanuit dat bij selectieprocessen in het onderwijs iemands capaciteiten bepalend zijn en niet diens afkomst, huidskleur of geslacht. Maar bereiken de slimste kinderen nog steeds het hoogste opleidingsniveau? Wordt het onderwijs een steeds belangrijker scheidslijn in de samenleving? Daarover interviewen we Inge de Wolf. Zij is coördinerend inspecteur bij de Inspectie van het Onderwijs en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht. Ze is verantwoordelijk voor de Staat van het Onderwijs, het jaarlijkse verslag van de onderwijsinspectie over de stand van zaken in het Nederlandse onderwijs.

Inge de Wolf (foto: David Jagersma)

Stel je hebt twee even intelligente jongeren: een dochter van een specialist in een ziekenhuis en een dochter van een ziekenverzorgende. Wie maakt de meeste kans om medisch specialist te worden?
Al heel vroeg in de schoolloopbaan begint de ongelijkheid in kansen. De ene dochter zal naar een kinderdagverblijf gaan waar allerlei activiteiten worden aangeboden. Bij de ander zal in de privésfeer gezocht worden naar opvang. Bij een gelijke Citoscore na de basisschool zal de één een havo- vwo advies krijgen en de ander een vmbo-t advies. De dochter van de medisch specialist gaat in vakanties naar New York en Rome en krijgt indien nodig bijles, de dochter van de verzorgende vindt een bijbaantje als oppas. Na het voortgezet onderwijs gaan deze meisjes beroepsopleidingen volgen die waarschijnlijk lijken op de beroepen van hun moeders terwijl zij aan het einde van de basisschool een gelijke intelligentie hadden. Ik maak me echt zorgen over het achteruitgaan van die gelijke kansen sinds 2010. We zien dat het bij de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs echt mis gaat. Ouders die een universitaire opleiding hebben springen in de statistieken overal bovenuit. Van hun kinderen wordt het schooladvies voor het voortgezet onderwijs na de basisschool vaker naar boven bijgesteld, zij doen vervolgens een strategische schoolkeuze. Hun kinderen gaan naar categorale gymnasia, vwo’s, havo’s. Deze ouders kunnen het wellicht niet verkroppen als hun kind lager is opgeleid dan zijzelf.

Is de kansenongelijkheid toegenomen?
“Vanaf 2010 zien we dat de kansenongelijkheid sterk is toegenomen. Sinds die tijd krijgen steeds meer leerlingen met een havo score op de Citotoets een vmbo advies als ze laag opgeleide ouders hebben. Ik was laatst op een basisschool in Amsterdam Zuidoost en een leerkracht uit groep acht vertelde me dat zij haar leerlingen bewust een lager advies voor het voortgezet onderwijs geeft om hen een succeservaring in het voortgezet onderwijs te geven. Het lijkt aardig maar ze stelt de verwachtingen van deze kinderen naar beneden bij en ze ontneemt hen daardoor kansen. Uit onderzoek blijkt dat wanneer kinderen een hoger advies krijgen, ze dat vaak ook waarmaken. “

“Afkomst speelt een veel grotere rol dan we denken.” Is het toeval dat de onderwijsinspectie nu tot deze conclusie komt?
In de onderwijssociologie werd altijd beweerd dat het onderwijs een emancipatiemachine was. Veel wetenschappelijke collega’s zeiden dat het geen zin had om trends te onderzoeken, want sinds 1900 nam, naar hun overtuiging, de ongelijkheid af. Niemand had daardoor meer naar de recente trends gekeken. Voorheen beschikten we ook niet over goede gegevens over achtergronden van leerlingen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek had die gegevens wel. Vorig jaar mochten we voor het eerst op hun computers rekenen. Leerlingen die wij volgen koppelden we aan het opleidingsniveau van hun ouders. Toen we naar de resultaten keken waren we zeer verrast.

Mensen geloven dat ze hun lot zelf in de hand hebben. Hoe kijk jij daar tegen aan?
Ik vind het in het Nederlandse onderwijs bizar dat, als een leerling een niveau niet haalt, hij of zij daar zelf de schuld van krijgt. Ik heb meegedaan aan het onderzoek naar het Nederlands onderwijsstelsel door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daaraan deed ook een oud-onderwijsminister van Polen mee en hij bleef maar vragen: ‘Inge, Why do they blame the students?’ Volgens hem geven ze in geen enkel ander land de leerlingen de schuld van hun afstroom. Het falen is in Nederland een probleem voor de laag presterende jongere en zijn ouders, niet voor de school. Slagen is een persoonlijke competentie van de geslaagde, rijke, gezonde leerling en de maatschappelijke en economische achtergronden verdwijnen naar de achtergrond en worden gebagatelliseerd.

In het verkiezingsprogramma van de PvdA zie je een aantal onderwerpen terug die in de Staat van het Onderwijs aangekaart werden. Van welke verwacht je het meest?
Met de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs moet iets gedaan worden. Dat is een belangrijk sleutelmoment. Je moet je afvragen waarom leerlingen op hun twaalfde in zes niveaus ingedeeld worden. Als een twaalfjarige eenmaal in z’n stroom zit, is het heel moeilijk om nog over te stappen. Afzakken kan wel, opstromen is veel moeilijker. Een brede brugklas in de eerste en tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs kan de ongelijkheid misschien minder maken, maar dan moeten de leerlingen daar wel onderwijs op een hoog niveau aangeboden krijgen.

In de media wordt regelmatig melding gemaakt van segregatie en spanningen in het onderwijs. De minister ziet een belangrijke taak voor burgerschaps- en culturele vorming maar er is geen wettelijk kader voor het vak. Deze vorming wordt geheel aan de scholen overgelaten. Hoe kijk je daar tegen aan?
Het belang dat gehecht wordt aan burgerschap drukt de wetgever uit door wel of geen verplicht kader te stellen. Door het ontbreken van een dergelijk kader voor burgerschap worden scholen opgezadeld met veel ruimte. Ik vraag me af of dat in het belang is van de leerling.

De belangenverenigingen van de verschillende onderwijssectoren zoals de PO-, VO- en MBO Raad hebben niet als hoofdbelang ongelijkheid terug te dringen. Zij willen het liefst de ‘beste’ leerlingen binnenhalen om zo hun diplomarendement veilig te stellen. Zou de macht in het onderwijs niet meer bij de minister moeten liggen? Het Ministerie van Onderwijs legt verantwoording af aan de politiek, dat doen die Raden niet.
Vanuit mijn inspectie positie laat ik vooral zien wat er gaande is, namelijk een toename van ongelijkheid van kansen door opleidingsverschil tussen ouders; het beleid om dit te veranderen moet van de minister en de politiek komen.

Evelien Polter, met medewerking van Joke van der Neut.

 

Geloven in democratie?

i 2 februari 2017 door

Geloven in democratie? Met deze vraag begon ik aan deze column, het was wat last minute en ik had snel argumenten nodig die ik niet allemaal zelf wilde verzinnen. Ik had een ingeving, ik besloot de familiegroepsapp voor een serieus gesprek te gebruiken.

We voerden de hele avond, tot diep in de nacht, een online-debat over het geloof in de democratie. Het was een gesprek tussen waarbij dertien volwassenen betrokken waren. Ze hebben uiteenlopende beroepen, hun leeftijden variëren van 23 tot 65 en ze stemmen op verschillende partijen. Er zijn (tand)artsen en timmermannen, er is een geboren lerares en een facility-manager pur sang, echte techneuten en echte academici die allemaal graag de wijde wereld intrekken. En ze stemmen op de VVD, het CDA, de PvdA en vast ook D66. Een PVV’er heb ik niet kunnen betrappen.

Stiekem hoopte ik op argumenten tegen de democratie. Dat zou het debat interessant maken, dacht ik. Argumenten die Churchill’s stellingname zouden steunen: democratie is de slechtste vorm van regeren, na alle andere vormen. Immers, ga 5 minuten in gesprek met een gemiddelde kiezer en democratie vind je helemaal niets, iets wat hij ook zei. We klagen en zeuren zo in Nederland, heel vervelend, vind ik. Maar dat wat ik had gehoopt, kwam, gelukkig eigenlijk, niet uit. Een bevlogen debat met uitgesproken voorstanders voor democratie, met enkele kritische kanttekeningen, vond plaats in mijn familieapp.

Zo werd er gesteld:

‘De vertegenwoordigingsdemocratie die wij hebben is prima, maar er moeten geen referenda worden gehouden, die werken niet’. Inderdaad, een van de dingen die mij is bijgebleven van het vak bestuursrecht dat ik ooit volgde is dat mensen over het geheel genomen vrij conservatief stemmen – dus tegen veranderingen. Referenda helpen daarom meestal niet bij het tot stand brengen van progressieve ideeën.

Hij stelde ook: ‘Versplintering zoals nu plaatsvindt, vind ik waardeloos, maar is in feite de ultieme democratie. Zie hier het dilemma. Soms verlang je naar een groepje mensen die weliswaar zijn gekozen, maar gewoon wel doet wat moet gebeuren, omdat je ervan uitgaat dat zij het beter weten dan de kiezer. En ja, dan doen ze ook dingen waar je misschien niet voor hebt gekozen, maar die wel wijs en verstandig zijn.’

Een ander familielid bracht daarbij in dat het huidige kabinet het best goed gedaan heeft en dat wij een beetje geduld moeten hebben en hard moeten blijven werken.

Interessant genoeg vond een derde familielid, dat het juist moeilijk is de resultaten van een kabinet op het gebied van nieuwe wetgeving te beoordelen op hun succes. Zonder inzicht in bestuurskunde is het voor veel mensen lastig een goede politieke keuze te maken, te bepalen waarop te stemmen, om zo hun doelen te bereiken. Zijn voorstel was daarom om minder vaak te gaan stemmen, bijvoorbeeld slechts een keer in de vijf of zes jaar.

Een vierde familielid voelde zich laat op de avond hierdoor opeens aangesproken. Nee, verkiezingen elke vier jaar moeten we behouden, democratie heeft zin, omdat het vorm geeft aan ons wensdenken. Elke vier jaar verkiezingen geeft individuen in de maatschappij de gelegenheid vorm te geven aan zijn of haar wens.

Zie hier een aantal hele mooie uitspraken over geloven in democratie. Wauw. Ik was, en ben, nog steeds onder de indruk. Niets geen zure prietpraat over slechte bestuurders, politici die er niets van bakken of het domme volk. Nee, democratie is het erfgoed van onze samenleving en stemmen is een verworven recht. ‘Gewoon af en toe stemmen en tussendoor een beetje vertrouwen hebben’, zoals een zwager zei. Mijn familie gelooft in democratie. En ik ook. Ze hebben me overtuigd. De kern van democratie is je stem laten horen. Vrijuit kunnen spreken, ook in een groepsapp, en af en toe stemmen, is geloven in democratie.

Banningconferentie: Democratisch Nederland 1: Geloven in democratie?

i 16 januari 2017 door

In 2017 organiseert de Banning Vereniging in samenwerking met de Rode Hoed drie conferenties over de stand van de democratie. Hoe goed werkt ons systeem van stemmen en kiezen eigenlijk nog? Voelt eenieder zich vertegenwoordigd of niet? Is populisme eigenlijk nieuw? En democratisch? Dit type vragen werken we uit op drie niveaus: nationaal, lokaal, internationaal. Zijn de landelijke verkiezingen van 15 maart aanstaande nog meer dan een politieke wedstrijd. Gaat het nog echt om een strijd over botsende ideeën, of zijn verkiezingen dat nooit geweest? En is de gemeentelijke democratie eigenlijk berekend op al die nieuwe taken die de gemeenten gekregen hebben op het gebied van wonen, welzijn en werk? En hoe worden wij in Brussel eigenlijk vertegenwoordigd? En wie is ‘wij’ in dit verband eigenlijk?

De bijeenkomsten verlopen volgens een vast stramien. Er zijn korte inleidingen van deskundige sprekers. Onder leiding van gespreksleider Tanja Jadnanansing is er vervolgens ruimte voor vragen en discussie. Tussen de sprekers onderling én met de zaal. Aan het einde van de avond vragen we een betrokken politicus (m/v) de resultaten, de centrale vragen en inzichten van de avond samen te vatten en de vraag te beantwoorden wat er concreet zou kunnen en moeten gebeuren. Zo verbinden we verdieping aan actie, inzicht aan uitzicht.

De eerste conferentie vindt plaats op maandag 27 februari aanstaande, van 19.00 tot 21.00 in de Oosterhuiszaal van de Rode Hoed, Keizersgracht 102 te Amsterdam. Sprekers zijn historicus Koen Vossen, politicologe Sarah de Lange en historici Bart Verheijen en Pol van de Wiel. De avond wordt afgesloten door minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk.

U bent van harte uitgenodigd de conferentie bij te wonen. Toegang is gratis voor leden van de vereniging en abonnees van de nieuwsbrief. Bovendien wordt u van harte uitgenodigd een introducee mee te nemen. Opgeven kan hieronder. Nog geen lid, maar wel belangstelling? U kunt zich hier opgeven, of een kaartje kopen via de Rode Hoed.