Column: Zakkenvuller

i 2 juni 2017 door

Mijn eerste kennismaking met de lokale politiek vond plaats op een rotonde in Gendt, een dorp gelegen aan de waal, nabij Arnhem en Nijmegen. In de loop van 2009 meldde ik mij per e-mail bij het bestuur van de afdeling Lingewaard. Of ik wellicht wat actiefs kon doen voor de PvdA. De partij stond er in mijn ogen beroerd voor. Gevangen in het zielloze kabinet Balkenende iv, met een partijleider volledig in beslag genomen door zijn ministerschap. Maar opzeggen wilde ik dat lidmaatschap toch ook weer niet. Dus dan maar in de benen. Zo gezegd, zo gedaan.

Zo stond ik op een druilerige oktoberochtend op een rotonde. Wat wil het geval, de afdeling had juist een nieuwe rotonde geadopteerd om als blijk van burgerzin en betrokkenheid het groen te onderhouden. Er zou een actieve club vrijwilligers zijn om te helpen bij de aanleg van een mooi bloemperk, zo was me verteld. Kon ik gelijk kennis maken met de afdeling. De omvang van de club viel wat tegen – we waren met z’n vieren – maar de kennismaking beviel. Ik werd actief, eerst in het afdelingsbestuur, later als lid van de steunfractie. En sinds de verkiezingen van 2014 mag ik de PvdA vertegenwoordigen in de Raad. Als eenmansfractie, want sinds de verkiezingen van 2010 ging het electoraal helaas bergafwaarts. Maar goed, manmoedig gaan we verder.

De ochtend op de rotonde was een cruciaal moment in mijn publieke vorming. Een van de aanwezigen was gepokt en gemazeld in de lokale politiek. Jarenlang Raadslid geweest, wethouder, afdelingsbestuurder. Na een uurtje of wat ploeteren in de zwarte grond aten we een peer, uit zijn eigen tuin. Net op dat moment reed er een auto voorbij, raampje open. ‘Hé, ga eens werken, zakkenvullers’, schreeuwde de bestuurder. Gegeven het feit dat er verder geen hond op straat was (het was inmiddels gaan regenen) moest dat wel op ons slaan. Stond je dan, gehuld in PvdA-jas, je best te doen. De enige reactie die ochtend. Vertwijfeld keek ik mijn ervaren collega aan die mijn boosheid opmerkte, zijn schouders ophaalde en weer aan het werk ging. Zo gaan die dingen, mompelde hij onverstoorbaar.

Het is het werk van een lokaal politicus in een notendop. Hoe mooi die rotonde ook was geworden, het bleef ondankbaar werk. Nog steeds stel ik af en toe mismoedig vast dat een aanzienlijk deel van de reacties op het Raadswerk negatief zijn. Gelukkig zijn er ook veel positief. Maar enig doorzettingsvermogen is wel nodig.

Dan helpt het niet dat het publieke beeld van het Raadswerk ook vanuit onverwachte hoek steeds negatiever wordt. Het aantal publicisten en deskundigen dat in Nederland een – zeker op lokaal niveau – ernstige democratische crisis diagnosticeert is inmiddels vrijwel niet meer te tellen. En dat ligt niet zelden ook aan lokale politici, die zouden beschikken over onvoldoende kennis (want meer scholing is nodig), onvoldoende kwaliteit (want het is een ondergewaardeerde functie, dus mensen die echt wat kunnen hebben er geen zin in), onvoldoende zeggenschap (want ambtenaren, colleges, gemeenschappelijke regelingen) en onvoldoende vertegenwoordigende kwaliteiten (want eigenlijk kunnen actieve inwoners het zelf veel beter).

Wie denkt dat dit type reactie slechts komen van ongeïnformeerde types doe op zaterdag met open raam over rotondes razen of quasi intellectuele figuren die op het Binnenhof tekeer gaan tegen een imaginair partijkartel dat in Nederland de lakens zou uitdelen, beveel ik graag nog even een recent advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur aan. Daarin lees ik dat Raadsleden onvoldoende volksvertegenwoordiger zijn, hun rol in het politiek-bestuurlijk krachtenveld niet kennen en zich minder politiek moeten opstellen. Hoe dat tegelijkertijd te doen wordt vervolgens overigens weinig helder. Maar ook in de eigen partij is het oordeel over onze eigen politici niet altijd mals. Wie herinnert zich niet de oproep van de partijvoorzitter: gingen die Raadsleden nou eindelijk maar eens de straat op, in plaats van steeds maar te zitten vergaderen. Er werd nagedacht over een quotum, minstens een kwart van de tijd op straat. Alsof wij Raadsleden nooit buiten komen.

Wie de politiek de maat neemt heeft vaak een punt. Er moet wat gebeuren aan de manier waarop we in Nederland op lokaal niveau besluiten nemen. Gemeenten zijn de afgelopen jaren een veel belangrijker rol gaan spelen in het leven van mensen. Voor zorg en ondersteuning, werk en inkomen, onderwijs en jeugdhulp moet je bij je gemeente zijn. Bovendien gaat de ruimte die gemeenten hebben zelf te gaan bepalen hoe de openbare ruimte eruit ziet met de aanstaande omgevingswet gigantisch toenemen. Daarmee wordt ook de lokale politiek belangrijker.

Te belangrijk om aan politici over te laten? Dat denk ik niet. Lokale politici, ik ken er inmiddels veel, lopen zich het vuur uit de sloffen om er toch nog wat van te maken. We hebben een ander gesprek nodig over onze democratie dichtbij. Een gesprek dat meer uitgaat van de kracht van vertegenwoordigend bestuur en een gesprek dat toekomstgericht nadenkt over een moderne verhouding tussen overheid en inwoner. Want wie de noeste hoveniers in de achtertuin van de politiek slechts toevoegt wat zij misdoen moet niet vreemd staat te kijken als er straks niemand meer de spade oppakt. Een democratie zonder politici is als een toneel zonder acteurs. En dat gaat op den duur toch vervelen.

Column: Aan het volk van Nederland

i 30 april 2017 door

Een bittere avond was het, 15 maart 2017. Voor iedereen die de PvdA een warm hart toedraagt. Wie in 2012 nog PvdA stemde, liep nu massaal over naar andere partijen, waaronder GroenLinks. Lichtpuntjes? De PVV is gelukkig niet de grootste geworden en uit de comeback van het CDA blijkt dat de zwevende kiezer ook weer terug kan keren. Voor de PvdA zal het wel oppositie worden (al weet je het in Nederland coalitieland nooit helemaal zeker). Met als opdracht de kiezers met een eerlijk én inspirerend verhaal terug te winnen. Deels boze en gefrustreerde kiezers, deels blije en idealistische kiezers met soms tegengestelde belangen en verwachtingen. Hoe vertel je die kiezers op verfrissende wijze een samenbindend verhaal?

Eén ding is zeker, er is ruimte voor een door levensbeschouwelijke en/of religieus georiënteerde waarden gestuurde politieke boodschap. Op de eerste Banningconferentie van dit jaar, over de staat van de democratie, constateerde minister Ronald Plasterk dat lang gedacht werd dat waarden en normen af hadden gedaan in het geseculariseerde Nederland. Maar niets bleek minder waar in deze tijd van polarisatie. Te midden van de strijd om onze nationale identiteit regende het statements over waarden en normen. De open brieven van Rutte en Asscher aan het volk van Nederland waren in dat verband veelzeggend. Rutte legde alle nadruk op het actief verdedigen van fatsoen en normaal doen in een ontzettend gaaf land. Asscher kwam met een antwoord dat het accent legde op de waarde van verzorgings- en rechtsstaat. Iedereen gelijkwaardig, geen rechten zonder plichten en bovenal eerlijke spelregels die gelden voor iedereen. Want: ‘Nederland is van ons allemaal’.

In de zoektocht naar een moreel samenbindend verhaal heeft de Banningvereniging een rol te spelen. In een land dat nog altijd tot de wereldtop behoort, maar waar mensen ook veel te verliezen hebben. Of soms al veel zijn kwijtgeraakt door de crisis, vaak in ieder geval het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt, dat de politiek er ook voor hen is.

Als wij als Banningvereniging nu een brief zouden schrijven aan het volk van Nederland, dan zou die brief in ieder geval positief en constructief getoonzet moeten zijn. Met als inhoudelijke boodschap dat ons land actief de eigen identiteit moet bewaken en uitdragen, maar dat die identiteit altijd in ontwikkeling is. Er zou in moeten staan dat het in de politiek om meer gaat dan om kortetermijnbelangen van deelgroepen. Het milieu is daarvan bij uitstek een voorbeeld. De toekomst van het ecosysteem is ons aller zorg en zal een veel grotere rol moeten spelen bij economische afwegingen. Er zou in moeten staan dat de grondwaarden zoals verwoord in artikel 1 van de Grondwet ‘heilig’ zijn en actief uitgedragen en verdedigd moeten worden door iedereen die in Nederland woonachtig is. Met daarbinnen alle ruimte voor diversiteit. En tenslotte zou erin moeten staan dat vrijheid niet bestaat zonder verantwoordelijkheid, ruimte voor het individu niet zonder gemeenschapszin, voorzieningen niet zonder financiële offers én controle op misbruik en dat solidariteit ver weg en dichtbij een kwestie van beschaving is. Aan een dergelijke brief moet zal ook de PvdA met vernieuwend en creatief élan verder moeten schrijven. De Banningvereniging schrijft graag mee.

Afscheidsinterview Ton van Brussel

i 30 april 2017 door

De eerste preek werd in de Rode Hoed gehouden in 1630 in wat toen Huys den Hoet heette. Deze remonstrantse kerk was een huis dat er wel mocht zijn, maar dat je niet vanaf de straat mocht zien. Het was een vrijplaats, een vrijzinnige kerk. De uitdrukking ‘vrijplaats aan de gracht’ is een verwijzing naar het verleden, maar ook naar wat de Rode Hoed nog steeds wil zijn: een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en vrij kunnen spreken, zonder taboes. In de Groenzaal, vernoemd naar de vorige directeur, interview ik scheidend directeur Ton van Brussel.


Welke plaats hebben religie en zingeving in de Rode Hoed?
Tijdens het directeurschap van Huub Oosterhuis waren religie, poëzie en zingeving de thema’s die in de Rode Hoed aan de orde kwamen. Onder het bewind van Anneke Groen is dat verschoven naar het breed maatschappelijk debat. Ik kwam in 2009 en religie en zingeving waren uit het programma verdwenen. Bij mijn start had ik een kennismakingsgesprek met Huub Oosterhuis, ik vertelde hem dat ik religie en zingeving terug wilde, toen hij de deur uitging zei hij: ‘Je bent te laat gekomen’. Een aantal maanden later kwam hij met de mededeling dat hij De Nieuwe Liefde ging oprichten, wat in zijn programmering leek op de vroegere Rode Hoed.

Hoe heb je het zingevingsvraagstuk aangepakt?
Ik ben begonnen met het organiseren van filosofieavonden samen met Daan Rovers, toen hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Vervolgens kreeg ik een verzoek van Forum C, een forum voor geloof, wetenschap en samenleving. We zijn samen bijeenkomsten gaan organiseren, bijvoorbeeld over rancune in januari 2012. Dat onderwerp ontstond naar aanleiding van de uitspraken van Wilders. We vroegen de Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging een inleiding te houden. Vanuit het geloof en vanuit de filosofie zijn we gaan kijken waar rancune uit voort komt. Dat zijn geen avonden om je gelijk te halen, maar om samen te stapelen. Je verkent samen een onderwerp dat actueel is.

Hoort de Rode Hoed bij het linkse bolwerk?
Preken voor eigen parochie, ik vind er niks aan. Ik ben altijd onafhankelijk journalist geweest. Ik heb mijn meningen maar ik vind het interessanter om mensen uit alle partijen in huis te hebben dan dat we na een avond naar huis gaan en denken jongens, jongens wat hebben toch weer gelijk. Daar vind ik niets aan. Dat was door mijn voorgangster al behoorlijk weg en daar heb ik de laatste restjes van opgeruimd. De Rode Hoed is geen actiecentrum. Ik wil geen spandoeken aan de deur. Iedereen moet hier kunnen komen. Als Rutte en Wilders hier komen, dan gaat bij wijze van spreken de vlag uit. Dat is het bewijs dat ook rechts hier kan komen. En dat zij dezelfde behandeling krijgen als links. De strijdcultuur past mij niet. Met Huub Oosterhuis heb ik een gesprek gehad toen hij terug kwam in de Rode Hoed met de Ekklesia en andere activiteiten. Ik heb tegen hem gezegd dat we er geen SP-bolwerk van gingen maken. Ik wil geen pamfletisme in de Rode Hoed.

Wat was je relatie met de Banningvereniging?
Toen Naomi Woltring in 2013 werd aangesteld als ambtelijk secretaris zijn we gaan samenwerken. Zij is hier één dag in de week komen werken waardoor er een nauwere samenwerking ontstond en voor haar opvolger Maarten van den Bos geldt hetzelfde. In het nieuwe statuut van de Rode Hoed blijft de Banningvereniging genoemd als inspiratiebron, maar met de verkoop van het pand is de relatie met Vrijburg gestopt.

Heb je affiniteit met de remonstrantse kerk?
Ik ben een man op leeftijd die uiteindelijk toch tot het geloof is gekomen. Ik ben sinds twee jaar doopsgezind. Het overviel mij, ik was er helemaal niet naar op zoek. Toen ik mijn geloof terug vond en weer naar de kerk wilde gaan dacht ik: laat ik naar de kerk van mijn moeder gaan. Ik woonde daar een dienst bij en ik voelde me meteen op mijn gemak. Ik ben nog wel in wat andere kerken gaan kijken maar toch bij de doopsgezinden uitgekomen. Vorig jaar heb ik daar belijdenis gedaan. Doopsgezinden en remonstranten horen beiden bij de vrijzinnig protestantse kerk.

Was er een aanleiding voor het feit dat je je geloof terug vond?
Een paar jaar geleden schreef ik een inleiding bij een boekje van twee theologen die met de argumentatietheorie het bewijs wilden leveren dat God bestond. Mijn inleiding eindigde ermee dat ik het geloof zelf terug gevonden had. In de loop van mijn leven ben ik nooit atheïst geweest, heb ik altijd een abonnement op Trouw gehad en ben ik de geloofspraktijk altijd met grote belangstelling blijven volgen. Blijkbaar zat het altijd al in me.

Wat vond je het leukste om te doen?
We zijn bezig met een avond ter herdenking van Wim Brands van VPRO Boeken. Wim was een oud-collega van me bij de krant. We hebben elkaar heel lang gekend, vanaf mijn eenentwintigste. Hij heeft hier veel avonden gemodereerd. De mooiste avonden vind ik eigenlijk dat soort avonden. De herdenkingsavond voor René Gude en een jaar later een avond voor Hans van Mierlo. Dat zijn avonden waarop je een monument opricht voor degene die je herdenkt. Waar je zijn leven voorbij laat komen en de betekenis van dat leven duidt. Tijdens die avonden wordt er gelezen, muziek gemaakt en poëzie voorgedragen. Dat is een mooie mix van goede dingen. We hebben vijf verkiezingsavonden gehad. Eén daarvan was het COC verkiezingsdebat waar we voor de tweede keer een roze akkoord, een regenboogakkoord, hebben afgesloten. Voor dit soort dingen bestaan we, dáár zijn we voor opgericht. Dan heb je het over tegenstellingen overbruggen en er samen uit komen. Ik ben van de tijd dat homoseksualiteit nog heel ingewikkeld was. We lopen in Nederland echt voorop met het borgen van alle rechten en vrijheden voor iedereen. Ja, dan ben ik trots dat het in de Rode Hoed gebeurt. Daar doe ik het voor. We hebben hier zo’n leuke groep mensen werken. Nooit ruzie, als er dingen mis gaan dan lossen we het op. Echt, het is een soort familie. Het werken hier past me als een oude jas. We werken met 18 mensen en tijdelijke krachten voor de horeca.

Wat vond je lastig?
Ik heb nog nooit zoveel wakker gelegen van mijn werk als in deze baan doordat er steeds zorgen waren rond financiering en beveiliging. Laatst tijdens het RTL debat liep hier 50 man beveiliging in rond en lag er een politieboot voor het gebouw. Dan ben ik echt niet bang. Het gaat juist om avonden waar een paar gekken in de zaal zitten. Als ik de salarissen in een maand bijna niet kon betalen, dan heb ik echt wel eens geen beveiliging ingehuurd. Dan belde ik de buurtregisseur en vroeg hem of hij een extra oogje in het zeil wilde houden. De Amsterdamse politie is echt geweldig, daar heb ik heel goed mee gewerkt. Na de aanslag op Charlie Hebdo op 7 januari 2015 hadden wij op de zondag daarna de eerste columnisten- en cartoonistenmarathon van de Volkskrant. Toen heb ik echt wakker gelegen met de angst dat er die dag iets zou gebeuren.

Amerborgh heeft sinds kort de Rode Hoed en drie andere podia in Amsterdam in bezit. De Rode Hoed, Felix Meritis, De Nieuwe Liefde en het Compagnietheater zijn vier ‘huizen’ met elk een eigen identiteit en oorsprong. Alex Mulder is de filantroop die deze huizen subsidieert. Wil je iets meer over hem vertellen?
Alex Mulder is een Nederlandse ondernemer en oprichter van uitzendbureau USG People. Hij is geïnteresseerd in politiek, kunst en religie. Hij is gereformeerd opgevoed, maar niet meer kerks. Hij is met Huub Oosterhuis in aanraking gekomen die hij financieel is gaan steunen. Toen de Rode Hoed financieel aan de grond zat ben ik via Oosterhuis in contact gekomen met Mulder. Door de overname door Amerborgh komt er voor de vier locaties een programma afdeling met vier medewerkers, plus drie vaste freelancers. Er zijn al afdelingen voor personeelszaken en financiën. Binnen het gebouw wordt achterstallig onderhoud gepleegd. We hebben bijvoorbeeld afgelopen jaar een nieuwe geluidstafel kunnen kopen, vroeger kochten we dan ergens een tweedehandsje. Nu hebben we het nieuwste van het nieuwste. Voor de techniekmedewerkers is dat heerlijk.

Je bent altijd veel aanwezig geweest in de Rode Hoed en nauw betrokken bij de vele activiteiten. Ga je dat missen?
Dit is een relatief klein bedrijfje, met een ideële doelstelling. Een horecabedrijf met inhoud. Overdag ben ik aan het regelen en ‘s avonds tijdens de bijeenkomsten ben ik aanwezig. Ik maak programma’s waar ikzelf naar toe zou willen. Bezoekers en mede programmamakers die ik nog ken van toen ik werkte bij de Volkskrant, Elsevier en de omroep kom ik hier tegen, dat is ontzettend gezellig en vertrouwd. Maar ik heb nu wel heel erg behoefte aan rust. Niet meer de verantwoordelijkheid voor alle medewerkers, niet meer altijd vriendelijk zijn voor de gasten. Op verzoek van Huub Oosterhuis blijf ik twee dagen per week zijn zakelijk leider voor zijn activiteiten. Mijn vrouw is al met pensioen en ik ben jaloers op het feit dat ze haar eigen tijd kan indelen. Ik heb een kleindochter van 6 maanden en daar ga ik lekker op passen. Op 29 mei neem ik afscheid, tot 1 januari 2018 zeg ik op alles nee.

Democratie dichtbij: over het democratisch gehalte van het lokaal bestuur.

i 30 april 2017 door

De klachten zijn bekend. Raadsleden zijn met de verkeerde dingen bezig, zouden eigenlijk meer scholing en ondersteuning moeten hebben en hebben te weinig contact met de burger. Maar eigenlijk is dat niet zo erg, want ze hebben toch weinig te zeggen. Misschien is daarom de opkomst bij Gemeenteraadsverkiezingen relatief laag: waarom eigenlijk naar de stembus.

Tegelijkertijd is de betrokkenheid bij lokale politiek hoog. Mensen maken zich wel degelijk druk over wat er gebeurd in hun gemeente. Willen inspraak: meepraten en vooral meebeslissen. Bovendien is het lokaal bestuur de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. De gemeente gaat over steeds meer zaken die de mensen direct raken: over werk, over zorg en ondersteuning, over jeugd- en jongerenwerk. En met de komst van de zogenoemde Omgevingswet – een wet die een groot aantal wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving bij elkaar brengt – krijgt de gemeente veel meer vrijheid in ruimtelijke ordening. In de Raad wordt straks bepaald hoe de omgeving eruit ziet én wat er in die omgeving gebeurd.

Omdat de gemeente belangrijker wordt maar de democratische controle en de kracht en kwaliteit van de gemeenteraad betwist worden, organiseert de Banning Vereniging haar tweede bijeenkomst in de serie Democratisch Nederland over de democratie dichtbij: de lokale democratie. We praten door waar de eerste bijeenkomst eindigde: met de analyse dat met ons democratisch systeem niet zoveel mis is, maar dat er een vernieuwing nodig is van de Nederlandse partij- en bestuurscultuur.

Onder leiding van Amma Assante praten we met Hans Spekman – voorzitter van de PvdA – over de lokale kracht van de partij. Met Jacques Wallage – voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur – over de kwaliteit van de Raad, de lokale democratie en de noodzaak van vernieuwing. Vervolgens gaan we in gesprek over democratie dichtbij met onder anderen Bert Blase van Code Oranje. Welke oplossingen zijn er nodig en hoe komen we tot een gedragen lokaal bestuur dat haar taken aankan.

Praat op 7 juni mee over jou ideeën en oplossingen. De bijeenkomst. De bijeenkomst begint om 19.00u in de Rode Hoed, Amsterdam. Opgeven kan via onderstaand formulier.

Column: Vereniging voor progressieve politiek

i 3 april 2017 door

Hoe dramatisch is het verlies van de PvdA bij de jongste verkiezingen? Tamelijk rampzalig voor de Kamerleden die niet herkozen zijn en voor de medewerkers van de partij en aanverwante instellingen die een andere baan moeten zien te vinden. Hun vertrek is ook een verlies voor de politieke besluitvorming. Want hoezeer die ook baat heeft bij nieuwe mensen die nieuwe ideeën inbrengen, die ideeën moeten wel uitgewerkt worden tot uitvoerbare maatregelen. En dat is zelden eenvoudig. Elke maatregel heeft onbedoelde bijeffecten die slechts met ervaring en taai politiek handwerk tot aanvaardbare proporties kunnen worden teruggebracht. Met de vertrekkende politici en medewerkers vertrekt veel ervaring en vermogen tot politiek handwerk.

Maarten de Groot

Maar het verlies van de PvdA is geen ramp voor de democratie in ons land. Andere partijen nemen nu even het stokje over en de PvdA is sterk genoeg om over enige jaren weer op te veren. De omvang van de Kamerfracties fluctueert tegenwoordig veel sterker dan vroeger. We moeten daarmee leren leven. Hoe kunnen politieke partijen dat het beste doen?

De sterke fluctuatie van de personele bezetting maakt politieke partijen beslist niet sterker. Dat terwijl de politieke partijen toch al sterk onder druk staan, zoals Sarah de Lange constateerde tijdens de eerste Banning Conferentie van dit jaar. Steeds minder mensen hebben vertrouwen in de politieke partijen, terwijl velen toch een redelijk groot vertrouwen hebben in het politieke systeem als geheel. De ledentallen van partijen nemen af en het wordt steeds lastiger om mensen te vinden die binnen en buiten partijen functies willen vervullen.

Dit staat in schril contrast tot de grote belangstelling die velen hebben voor de publieke zaak of op zijn minst voor één of meer aspecten daarvan. Hoe kunnen politieke partijen die mensen betrekken bij hun taak? In de bundel Politiek partijen: overbodig of nodig? van de Raad voor het Openbaar Bestuur (april 2014) treft men veel waardevolle suggesties aan, zoals het deelnemen aan bestaande digitale netwerken, het faciliteren van discussies over bepaalde thema’s, scenario-workshops, serious gaming, het organiseren van een forum voor overlegdemocratie zoals de G1000 in België, waar duizenden burgers werden betrokken bij het selecteren van een aantal belangrijke onderwerpen, debatten over die onderwerpen en het schrijven van voorstellen door een burgerpanel, waarna eventueel een stemronde over die voorstellen gehouden kon worden.

Zoiets organiseren is echter lastig voor individuele politieke partijen. Immers, hun belangrijkste vertegenwoordigers kunnen zelden vrijuit spreken, gebonden als ze zijn aan coalities en aan terughoudendheid vanwege lopende onderhandelingen. Aan de andere kant tonen veel burgers die de partij ergens bij willen betrekken, aarzeling of zelfs wantrouwen omdat ze zich juist niet aan die ene partij willen binden.

Wellicht kan een variant op de veel besproken, maar zelden succesvol gerealiseerde, progressieve samenwerking hier een uitweg bieden. Daarbij gaat het niet om zoiets als het opstellen van een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma, het kiezen van een gemeenschappelijke leider of het laten samengaan van de Tweede Kamerfracties zoals Plasterk heeft voorgesteld. De partijen houden hun eigen identiteit door alleen de eigen leden te betrekken bij het opstellen van verkiezingsprogramma’s en het vaststellen van de kandidatenlijsten.

De variant bestaat uit de oprichting van een Vereniging voor progressieve politiek door PvdA, Groen Links, SP, Partij voor de Dieren, en misschien ook D66 en ChristenUnie. In die vereniging bundelen de partijen hun activiteiten gericht op debat, vorming van nieuwe ideeën en onderzoek. Zo kunnen er gemeenschappelijke landelijke netwerken ontstaan voor specifieke onderwerpen als zorg, onderwijs, duurzaamheid en immigratie. Ook een fusie van de wetenschappelijke bureaus ligt voor de hand. Verder zou deze vereniging veel succesvoller kunnen experimenteren met de suggesties uit bovengenoemd rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Al die activiteiten zijn niet alleen voor de leden van de aangesloten partijen, maar ook voor al diegenen die zich juist (nog) niet aan een partij willen binden.

Bij de jongste verkiezingen hebben meer kiezers dan in het verleden gekozen voor een rechtse partij. “Links” moet opnieuw proberen burgers aan zich te binden, onder meer door geïnteresseerde burgers een platform te bieden voor debat over de koers van links. Dat kan met een Vereniging voor progressieve politiek.

Maarten de Groot is bestuurslid van de Banning Vereniging. Hij schreef deze column naar aanleiding van de eerste Banning Conferentie van 2017. Een verslag van die bijeenkomst is hier te vinden.