25 jaar de Rode Hoed en het geheim van de smid

Met journalisten – zo weet ik omdat ik er zelf lang één was – kun je globaal twee kanten op: die van het slechte nieuws of die van het geheim van de smid. Omdat onze collega’s van Felix Meritis en de Mozes en Aäronkerk in zwaar weer verkeerden en uiteindelijk failliet gingen, kreeg ik begin dit jaar vooral veel telefoontjes van de eerste categorie.

Vooraanzicht van de Rode Hoed.

De Rode Hoed bestaat in 2015 25 jaar, zie rodehoed.nl/25
Foto: Jennet Sintenie

Hoe lang zou de Rode Hoed het nog volhouden in deze barre crisistijden? “Nog heel lang”, riepen wij zelfverzekerd, gewend als we de afgelopen 24 jaar zijn geraakt aan een wankel financieel bestaan. De tweede categorie meldde zich wat later. Hoe kon het toch dat de Rode Hoed zich met een succesvolle programmering staande houdt, nota bene zonder structurele subsidie?

Het laatste nieuwsgierige telefoontje kwam begin vorige maand uit het oosten van het land: of de Rode hoed werd meegesleept in het faillissement van hotel Woodbrooke Barchem? Deze journalist had zijn huiswerk gedaan. Hij had zich afgevraagd waar de naam Woodbrooke vandaan kwam en was tijdens zijn speurtocht bij de Rode Hoed uitgekomen.

Jubileumboek
Het komende jaar hoop ik heel veel journalisten aan de lijn te krijgen, want aanstaande september gaan wij ons 25ste levensjaar in en vieren we dat het hele jaar tot en met het slotfeest op maandag 14 september 2015. Dan zal, als alles volgens plan verloopt, ook het jubileumboek verschijnen waarin Anneloes Timmerije de geschiedenis van het meest prominente debatcentrum van Nederland vastlegt. Het idee daarvoor ontstond bij ons 20-jarig jubileum toen vrijwel alle mannen en vrouwen die in de geschiedenis van de Rode Hoed een rol hebben gespeeld met het glas in de hand de ene na de andere herinnering ophaalden. Tijdens die feestelijke borrel hoorde ik zoveel prachtige verhalen en anekdotes en kreeg ik in vogelvlucht zo’n aansprekend beeld van 20 jaar debatgeschiedenis, dat ik zeker wist: daar moet een boek van komen.

Dialoog en verkennende debatten
Het is eigenlijk een wonder dat die journalist de link tussen de Rode Hoed en de Woodbrookers heeft gevonden, want onze gezamenlijke geschiedenis is nauwelijks beschreven. De Arbeiderswerkgemeenschap der Woodbrookers, werd de Vereniging Zingeving en nu de Banning Vereniging en droeg het eigendom en het beheer van het gebouwencomplex over aan de Stichting Vrijburg. Deze verhuurt het pand aan de Rode Hoed en subsidieert uit de huuropbrengst zowel de Banning Vereniging als de Rode Hoed zelf. Dat is de niet onbelangrijke zakelijk kant van ons gemeenschappelijk arrangement. Maar dat arrangement zou er nooit zijn zonder inhoudelijke verwantschap.

Onze ambitie is een debat dat verbindt en dat deelnemers en bezoekers naar huis gaan met een gedachte of een inzicht die ze bij binnenkomst nog niet hadden. Met die ambitie staat de Rode Hoed in de traditie van de Arbeiderswerkgemeenschap (AG) der Woodbrookers, die mede tot doel had “een dialoog te organiseren waarin voor de deelnemers ruimte is zijn of haar visies en diepste motieven in te brengen, zodat er een gezamenlijk leerproces kan ontstaan waarbij ook geestelijke groei plaatsvindt en mensen leren omgaan met ethische vragen”.

In de Rode Hoed gebeurt dat bijvoorbeeld in de zogenoemde verkennende debatten, waarbij inleiders en debaters zonder vooringenomenheid op zoek gaan naar herkomst en betekenis van maatschappelijke ontwikkelingen. We organiseren deze debatten samen met ForumC (forum voor geloof, wetenschap en samenleving) en dit jaar voor het eerst ook met Veritas, de jongerendebatvereniging van de Vrije Universiteit. Na avonden over de wortels van en het antwoord op rancune en over de vraag of religie achter de voordeur thuishoort, staat nu het thema ‘vergeving’ op de agenda. Hoogst actueel in een samenleving waar in de roep om zwaarder te straffen luider klinkt en die maar moeizaam passende huisvesting weet te vinden voor moordenaars en pedofielen die hun straf hebben uitgezeten.

De directie van de Rode Hoed: Suzanne Kampschuur en Ton van Brussel

De directie van de Rode Hoed: Suzanne Kampschuur en Ton van Brussel

Veelzijdige programmering
In de eerste tien jaar waren religie, zingeving, literatuur en muziek de hoekstenen van de programmering. In de tweede tien jaar is het accent verlegd naar het maatschappelijk debat. Nu in het derde decennium wordt een brug geslagen en is dit hele scala aan onderwerpen in de programmering terug te vinden. Een externe adviseur die ons in deze crisistijd in opdracht van de Banning Vereniging en de Stichting Vrijburg helpt bij een eigentijds exploitatieplan, vindt dat wij het succes van de Rode Hoed aan een grotere klok moeten hangen. Ons aanstaande jubileumjaar is daar een ideale aanleiding voor.

Het helpt ook dat we dezer dagen de laatste hand leggen aan ons jaarverslag, want als ik dan toch een uitnodiging tot meer trots moet aanvaarden, dan geeft ons programma van 2013 daar wel aanleiding toe. Spraakmakende lezingen van Mart Rutte, Geert Mak, Maxim Februari en Jet Bussemaker. Het project ´Mij een zorg´ over de toekomst van de sociale zekerheid. Maandelijkse hoorcolleges over Oosterse filosofie. Literatuuravonden over Louis Couperus, Albert Camus en met David Sedaris en Donna Tartt. Actuele politieke vraagstukken in de Volkskrant op Zondag. Een vierde serie over de toekomstige landbouw- en voedselvoorziening.

Het is een kleine greep uit de programmering van vorig jaar die wederom meer bezoekers trok en veel media-aandacht kreeg. Die programma’s kosten veel geld dat met incidentele subsidies en door zaalverhuur en catering bij elkaar moet worden gesprokkeld. Er is één subsidiënt op wie wij jaar in jaar uit kunnen rekening en dat is de Stichting Vrijburg, daarin gesteund door de Banning Vereniging.

In de voetsporen van mijn grootvader
Wij spreken de komende tijd over onze relatie in de toekomst, over gezamenlijke activiteiten, omdat die bewogen geschiedenis van bijna een kwart eeuw ons leert dat er veel is wat ons bindt. Ik zie er naar uit de verbinding tussen geschiedenis en toekomst te blijven maken. Niet in de laatste plaats omdat ik daarmee ook in de voetsporen wandel van mijn grootvader Jan. Hij vond dat hij moest kiezen tussen de Vrijzinnig Protestante Kerk waarin hij opgroeide en de SDAP waartoe hij zich aangetrokken voelde en sloot zich aan bij de Woodbrookers. Hij en mijn moeder leven niet meer, maar ze hadden het vast mooi gevonden dat ik in de Rode Hoed ben gaan werken.

Ton van Brussel is directeur van de Rode Hoed

Dit is een bijdrage van Banning Vereniging.